WAAROM IK ALLEEN OP REIS GING

Toen mijn backpack ingepakt en wel bij de voordeur stond, werd het ineens wel heel officieel. Ik ging echt op reis. Alleen. Een paar weken Italië klinkt misschien minder spectaculair dan een rondreis door Zuidoost-Azië, of een ritje met de Transsiberië Express. Maar toch, deze zware vriend en ik waren vanaf nu volledig op elkaar aangewezen. De hele maand september had ik niets anders om op terug te vallen dan een zorgvuldig samengesteld pakketje zomerkleren (dat gelukkig nog wel), een stapel boeken en wat schriften en pennen. Want ja, tussen al het cultuur snuiven en pasta eten door zou ik ook nog vijf dagen in de week naar school gaan.

Alleen op reis gaan was niet iets waar ik mijn hele leven al van droomde. Op reis gaan: ja. Maar alleen? Zelfs het aanbod dat ik ooit kreeg van een vriendin, om met haar mee te gaan backpacken in Australië, heb ik vriendelijk maar beleefd afgeslagen, met het excuus dat ik het geld niet had. De echte reden was echter dat ik niet durfde. Reizen? Zo’n verlegen, introvert meisje als ik? De verhalen die ik hoorde van mensen die tijdens hun reizen massa’s nieuwe vrienden maakten en zich van het ene feestje naar het andere verplaatsten, deden me weinig. Zij ja, maar ik? Ik zou me eenzaam en doodongelukkig voelen. Ik heb over het algemeen geen last van heimwee, maar zou waarschijnlijk toch kruipend terug naar huis willen. In mijn dromen zag ik de halve wereld en leerde ik tientallen interessante mensen kennen. Maar die dromen droomde ik thuis, in mijn introverte eentje. Op de bank, onder een dekentje. Met de atlas op schoot en Google Maps bij de hand.

Het is niet dat ik vervolgens niks van de wereld zag. Integendeel. Zoals met veel angsten het geval is, overwin je ze pas als je ze gewoon recht in het gezicht kijkt. Toen ik genoeg moed had verzameld ging ik (alleen!) op bezoek bij mijn ouders in Zuid-Afrika, besloot ik spontaan met een vriendin door Spanje te trekken, maakte ik voor mijn studie een reis door Noorwegen. In eerste instantie ging ik met trillende handjes, maar hoe vaker ik het deed, hoe gemakkelijker het reizen me afging. En hoe meer plezier ik erin kreeg. Maar altijd was er iemand aan mijn zijde. Mijn echtgenoot, een vriend of vriendin, broer of zus. Totdat ik met mijn echtgenoot op een terrasje in Venetië zat, mijn biertje in mijn glas liet rondwalsen en verlangend zei: ‘Het zou me zo heerlijk lijken om gewoon een tijdje in zo’n stad te kunnen wonen, mijn boodschapjes op de lokale markt te doen en op die manier de taal te leren.’ ‘Waarom doe je dat dan niet?’ was zijn reactie. Tja, daar moest ik even over nadenken.

Waarom eigenlijk niet? Nou, mijn eerste gedachte was dat er vast niemand met me meewilde. Hij in elk geval niet. Maar moest er wel per se iemand mee? Waarom zou ik niet gewoon zelf, in m’n uppie, op reis gaan? Ik had immers niet voor niks de grote redactie, waar ik echt met veel plezier gewerkt had, verruild voor een thuiskantoortje met laptop en uitzicht op de tuin? Ik genoot immers net zoveel van een avondje alleen thuis zijn als van met vrienden een drankje doen in de stad? Ik had mijn hele leven lang toch al genoeg aan mezelf en mijn eigen aanwezigheid gehad? Ik besloot mezelf daarom de tijd te geven om aan het idee te wennen. Ik las me in over taalcursussen in het buitenland, ging naar voorlichtingen, sprak met reisorganisaties. Hoe vaker ik erover nadacht, hoe meer het tot me doordrong dat ik eigenlijk nooit weerstand voelde bij het idee om alleen op pad te gaan. Sterker nog, ik werd er, ondanks dat ik echt echt heel  erg spannend vond, stiekem ook wel heel erg enthousiast van.

En zo brak, een jaar na het bewuste moment op het terrasje, de dag aan waarop mijn backpack klaar voor de start bij de voordeur stond. De dag waarop ik alleen op het vliegtuig stapte. Ik ging het doen. Ik had me ingeschreven voor een taalcursus in Italië en zou het verder de komende weken echt met alleen mezelf moeten doen. Goed, er stond me geen hostelkamer vol kakkerlakken te wachten, maar gewoon een keurig gemeubileerd appartement. Ik zou geen gekke dingen hoeven eten en kon gewoon met mijn eigen munteenheid mijn boodschappen doen. Maar toch: het was me, myself and I tegen de rest van de wereld. En dat vond ik best een beetje eng.

Natuurlijk voelde het in het begin heel gek om alleen te zijn in een omgeving waar niemand je kent. Om alleen met je boodschappen thuis te komen en te weten dat er niemand mee-eet. Om alleen aan een tafeltje in een restaurant te zitten, met geen ander gezelschap dan een boek – waarin je toch niet echt leest, omdat je alleen maar om je heen aan het kijken bent of mensen het echt niet raar vinden dat je daar alleen zit. Om alleen naar de grote bezienswaardigheden te gaan en aan onbekenden te vragen of ze een foto van je willen maken. Maar ach, alles went. Het voelde eigenlijk ook best lekker om in mijn eentje met een pizzapunt bij de rivier te zitten, urenlang door de stad te wandelen of om met geen ander gezelschap dan mezelf in de bergen te gaan wandelen.

En hoe vaak heb ik me nu eigenlijk alleen gevoeld? Nu ik erover nadenk zelden. Want het duurde niet lang of ik was niet meer alleen. De lessen Italiaans die ik volgde brachten me binnen no time in een netwerk vol andere studenten, die ook alleen waren en ook af en toe behoefte hadden aan gezelschap. Algauw bestond bijna elke middag uit een uitgebreide lunch buiten de deur en zat ik bijna elke avond in het sportcafé (omdat er nu eenmaal elke avond voetbal op tv was). Ik ging ’s weekends naar het strand, trakteerde op gelato’s en hoefde de cultuur ineens niet meer in mijn eentje op te snuiven. In het begin herkende ik mezelf niet meer. Was ik dit? Deze sociale jonge vrouw, die stiekem teleurgesteld was toen ze haar nieuwe vrienden een keer niet in hun stamcafé aantrof? Die bang was dat ze iets miste als ze ervoor koos om toch thuis een paar uurtjes aan het werk te gaan, in plaats van mee te gaan naar die lokale trattoria? Ik kon me niet meer voorstellen dat ik er ooit tegen op had gezien om alleen op reis te gaan. Als dit soloreizen was, wilde ik dat altijd wel!

Inmiddels zit ik weer thuis. Op de bank, onder een dekentje. Met de atlas op schoot en Google Maps binnen handbereik. Ik kijk terug op misschien wel de meest fantastische weken uit mijn leven en droom ondertussen over alle reizen die ik nog wil maken. Alleen. Zuidoost-Azië? De Transsiberië Express? Kom maar op, ik ben er klaar voor! Bijna, dan. Want hier thuis is het toch ook wel heel erg fijn en vertrouwd. Althans, dat zeg ik nu. Morgen kan dat zomaar weer heel anders zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s