Dat past toch helemaal niet bij jou, zo’n burn-out? (2)

“Maar wat wil je zelf eigenlijk?” wilde mijn psycholoog weten. Oei, daar moest ik even over na denken. Zelf wilde ik het liefst zo gauw mogelijk stoppen met mijn studie, zodat ik er ook niet meer nachten van wakker hoefde te liggen. Maar ja, wat zou mijn omgeving daarvan zeggen? Zelf wilde ik het liefst vrijwilligerswerk doen en me belangeloos inzetten voor de samenleving. Maar ja, vrijwilligerswerk zorgde niet bepaald voor een stabiel inkomen. Zelf wilde ik het liefst op dat ogenschijnlijk simpele baantje bij de bibliotheek solliciteren. Maar aan de andere kant, dat was misschien geen flitsende start van mijn carrière. En trouwens, was het niet ontzettend egoïstisch om voor mezelf te kiezen?

Ik ben een typisch slachtoffer van de prestatiesamenleving. Als eenentwintigjarige burn-outpatiënt voelde ik al haarfijn aan dat ik niet meetelde als ik niet presteerde. Ik voelde me een hopeloze mislukkeling als ik thuis op bed lag, terwijl mijn vrienden druk waren met afstuderen, banen vinden, relaties krijgen en de wereld rondreizen. Dat ik in veel gevallen helemaal niet met hen zou willen ruilen, vergat ik voor het gemak vaak maar even. Want zij bereikten tenminste iets, zij verwierven status. Zij werden gewaardeerd om wat ze deden, terwijl ik niets anders verwierf dan medelijden.

De vraag die mijn psycholoog stelde, was daarom extra confronterend. Door na te denken over de dingen die ik zelf graag wilde, ontdekte ik dat geen van die dingen leek op de dingen die ik mijn omgeving zag doen. Ik had helemaal niet de ambitie om carrière te maken, om veel geld te verdienen, om naam en faam te verkrijgen. Ik hoefde helemaal geen huisje, boompje, beestje in een nieuwbouwwijk aan de rand van een middelgrote stad. Maar waarom was ik dan toch zo vreselijk jaloers op anderen, als zij wel hadden wat ik niet wilde hebben? Misschien omdat ik hun levens als norm was gaan zien; een norm waaraan ik niet kon voldoen. Een norm waaraan ik ook niet wílde voldoen. Maar toch, dankzij mijn burn-out had ik niet eens de mogelijkheid om te bewijzen dàt ik het niet wilde.

Tegenwoordig ontlenen we onze status aan hoe druk we zijn, las ik laatst in een artikel. Hoe drukker we het hebben, hoe hoger we in aanzien staan. “Druk” is tegenwoordig een doodnormaal antwoord op de vraag hoe het met je gaat. En tja, je zou maar ‘es toegeven dat je het eigenlijk helemaal niet zo druk hebt… Geen wonder dat ik me tijdens mijn burn-out zo minderwaardig voelde. Als je de hele dag alleen maar huilend op bed ligt, kom je niet echt toe aan status verwerven. En dan had ik mezelf ook nog eens aangepraat dat ik alleen status kon verwerven als ik die dingen deed die anderen van me verwachtten!

Toch heb ik het gedurfd: doen wat ik zelf graag wilde doen. Ik heb me bevrijd van mijn studie en ben vrijwilligerswerk gaan doen. Ik heb met succes bij de bibliotheek gesolliciteerd – een baantje waar ik van kinds af aan al van droomde. Ik heb, al dan niet gedwongen, de keuze gemaakt om parttime te gaan werken en ben grotendeels gestopt met het doen van dingen die ik niét leuk vind. Soms vraag ik me af wat er van me geworden was als ik niet voor mezelf had gekozen. Was ik dan ook op die plekken terechtgekomen waar ik nu ben geweest? Had ik dan ook op de redactie van Van Dale (je weet wel, hét woordenboek) mogen werken? Zou ik dan ook een jaar lang bij NOS Sport hebben rondgelopen? Was ik dan ook  zo vaak op reis gegaan als ik nu doe? Zou ik vandaag dan ook zo opgewonden zijn geweest, omdat er over een week een boek in de winkels ligt dat door mij vertaald is? Eerlijk? Ik ben bang van niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s