(Te?) romantisch?

Onlangs deed ik mee aan een schijfwedstrijd. Dat was al een prestatie op zich, want ik haat zulke wedstrijden. Ik vind mezelf nooit goed genoeg, hik er altijd tot het laatste moment tegenaan en lever nooit iets in waarover ik echt tevreden ben. Maar deze keer ontkwam ik er niet aan. De winnaar kreeg namelijk persoonlijke begeleiding bij het schrijven van een kinderboek. En dat wilde ik. Ik wilde winnen. Ik wilde dat boek schrijven. Dat wil ik namelijk al sinds ik kan lopen: kinderboekenauteur worden.

 Dus daar ging ik. Ik zette de wedstrijdpagina bij mijn favorieten en plande elke dag een uurtje in om aan mijn verhaal te werken. En het ging best redelijk, in eerste instantie. Ik was behoorlijk tevreden met mijn eerste opzetje en genoot met volle teugen van het schrijfproces. Maar hoe meer tijd er verstreek, hoe moeilijker het werd. Ik werd opgeslokt door mijn werk, nam steeds minder de tijd om aan mijn wedstrijdverhaal te schrijven en rende van hot naar her om ook nog mijn sociale contacten te onderhouden. Wanneer ik toch het documentje ‘Schrijfwedstrijd’ op mijn bureaublad aanklikte en mijn eerste woorden terug las, had ik de neiging het documentje snel weer weg te klikken. Ik was niet per se ontevreden, maar ook niet echt tevreden. Ik had geen last van een writersblock, maar vond mijn ideeën ook niet erg origineel. Waarom deed ik dit eigenlijk? Niemand verplichtte mij toch om aan die wedstrijd mee te doen? Niemand, behalve ikzelf.

Toch zette ik door. Want al was het hooguit een kans van één op honderd dat ik die wedstrijd zou winnen, een kans bleef een kans. Op de dag van de deadline zette ik alles op alles. Ik schreef tot in de late uurtjes en drukte uiteindelijk met een zucht van verlichting op verzenden. Was het het beste verhaal dat ik ooit had geschreven? Nee, by far niet. Maakte ik kans op de hoofdprijs? Waarschijnlijk niet. Maar ik had mezelf genoeg moed ingepraat om in ieder geval mee te doen. En dat was voor mij al een overwinning op zich.

Waarom zat ik een week later dan toch huilend op de bank toen ik te horen kreeg dat mijn ingezonden verhaal niet bij de beste drie zat? Waarom riep het stemmetje in mijn hoofd toch steeds “zie je wel, je kan er niks van”? Ik had er toch al rekening mee gehouden dat ik de wedstrijd niet zou winnen? En als ik echt zó vreselijk graag dat boek wilde schrijven, dan had ik middels mijn werk toch genoeg ingangen bij uitgeverijen? Trouwens, als vertaler lígt er af en toe een boek van mij in de winkel, ook al staat mijn naam niet op de omslag.

Het antwoord op mijn vragen kreeg ik toen ik diezelfde avond een persoonlijkheidstestje deed. Volgens de enneagrammentest bleek ik een romanticus te zijn. Dat was niet echt een verrassing. Een romanticus is belangstellend, empathisch en creatief. Prachtig. Zijn/haar stemmingen kunnen wisselen. En: hij of zij kan zich verliezen in de werkelijkheid. Een romanticus droomt namelijk van prins(ess)en op witte paarden, of van een heldhaftig, artistiek leven. Van meer, meer, meer, nog mooier, nog beter. Nee, als romanticus valt het lang niet altijd mee om bij de feiten te blijven, of te relativeren.

Hoe het werkt? Neem nou de schrijfwedstrijd: Hoewel ik stiekem best wist dat er een reële kans was dat ik de wedstrijd niet zou winnen, sloeg mijn hoofd toch op hol bij het idee dat ik zou kúnnen winnen. In gedachten had ik mijn omgeving al verteld dat ik bezig was met het schrijven van een kinderboek. Ik zag al voor me hoe ik bij de prijsuitreiking naar voren werd geroepen en mijn dankwoordje sprak. In mijn hoofd had ik de eerste letters van mijn hoofdprijs al op papier staan, terwijl en nog niet eens een winnaar bekend was. Mijn fantasie bevond zich al in de toekomst, terwijl ik met mijn beide benen nog stevig in het nu stond.

En zo gaat dat eigenlijk met alles. Ik had ons huis al ingericht voordat we überhaupt een bod hadden gedaan. Ik liep al vòòr ik gevraagd werd in een trouwjurk rond. Bij wijze van dan, hè. Als ik toevallig door de website van een reisbureau scrol, ben ik in gedachten al op wereldreis. Als kind vond ik het soms heerlijk, dat parallelle leven in mijn hoofd. Ik kon me uitstekend alleen vermaken en verveelde me eigenlijk nooit. Er was altijd wel iets te zien, te doen, te bedenken. Ik haalde overal inspiratie vandaan. Het is niet voor niets dat ik altijd al schrijfster wilde worden, mijn hoofd zit vol verhalen.

Maar soms voel ik me als romanticus ook eenzaam. Omdat ik het idee heb dat ik niet begrepen wordt. Ik moet mezelf regelmatig terugfluiten, als de realiteit toch anders uitpakt dan het droombeeld dat ik gecreëerd had. En het valt me soms best zwaar dat het echte leven rauwer blijkt te zijn dan de sprookjeswereld in mijn hoofd. Misschien dat ik daarom ook niet graag naar het journaal kijk… En toch, toch ben ik er ook trots op dat ik een romanticus ben. Ik dúrf het tenminste. Ik durf te dromen, te fantaseren, de werkelijkheid te verliezen. Mijn leven is eigenlijk nooit saai, omdat ik altijd op zoek ben naar het mooiste, het leukste, het lekkerste. En ja, ik durf ook te rouwen als het hier en nu niet matcht met de wereld in mijn hoofd. Want ach, morgen loop ik weer met mijn hoofd in de wolken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s